Untitled Document Untitled Document

Home > Nieuws > ArchitectenNAV vraagt bijsturing archeologienota

Untitled Document
  •   

    NAV vraagt bijsturing archeologienota



  • 03/10/2016


    Met de archeologienota is Vlaanderen weer een reglementering rijker. Opnieuw is de doelstelling, de bescherming van ons archeologisch erfgoed, nobel en gerechtvaardigd. Maar de uitwerking ervan legt op een bouwproject een onhoudbaar geworden financiële en administratieve druk. Netwerk Architecten Vlaanderen dringt bij bevoegd minister-president Geert Bourgeois aan op een snelle evaluatie en bijsturing.

    Sinds 1 juni 2016 is de bouwheer in bepaalde gevallen verplicht om reeds bij de aanvraag voor een stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning een archeologienota toe te voegen. In die nota geeft een erkend archeoloog, op basis van een vooronderzoek, weer hoe er met eventuele archeologische resten zal worden omgesprongen. Valt er archeologisch erfgoed te verwachten? Moeten of kunnen in dat geval de bouwplannen worden aangepast? Moeten er opgravingen gebeuren? De inhoud van de nota moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Agentschap Onroerend Erfgoed. Dat heeft 21 dagen tijd om te beslissen. De bouwheer kan zijn stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning dus pas ten vroegste na die 21 dagen aanvragen. Op basis van de nota neemt de vergunningverlenende overheid vervolgens een voorwaarde op dat de maatregelen uit de archeologienota uitgevoerd moeten worden bij de realisatie van de werken.

    De onderzoeken zijn duurder dan vooraf ingeschat. Voor een standaardproject bedraagt de factuur van de archeoloog al gauw 2 500 tot 3 000 euro, en dit loopt verder op naarmate de schaal van het project. De kosten moeten worden doorgerekend aan de bouwheer.

    Ook het toepassingsgebied van de archeologienota is veel te ruim. Bij het afbakenen van de zones waar men archeologisch erfgoed kan verwachten, is men helemaal niet selectief genoeg geweest. In de praktijk is nagenoeg het volledige Vlaamse grondgebied, uitgezonderd recreatie- en watergebieden, als dusdanig ingekleurd. Van 58 steden in Vlaanderen is nagenoeg de volledige historische stadskern opgenomen als archeologische zone. Bovendien zijn de afgeleverde ‘nota’s’ in de praktijk lijvige rapporten van tientallen pagina’s met onder meer een synthese van de bestaande geschiedschrijving over een bepaald perceel.

    De erkende archeologen – momenteel 156 - zijn overbevraagd en kunnen de gevraagde nota’s niet op korte termijn afleveren. Eens de archeoloog de nota heeft opgesteld, is het nog 21 dagen wachten op de beslissing van het Agentschap. Indien het Agentschap de nota bekrachtigt, kan het project verder. Indien het Agentschap de archeoloog echter niet volgt, kan de bouwaanvraag (nog) niet gebeuren. De archeologienota zorgt dus voor een vertraging van de vergunningsaanvraagprocedure.

    Archeologie en respect voor het archeologisch erfgoed zijn voor het NAV belangrijk, maar niet ten koste van de geplande bouwwerken. De kostprijs van deze nieuwe reglementering moet in verhouding staan, wat vandaag allerminst het geval is. NAV dringt bij de bevoegde minister-president Bourgeois aan op een snelle evaluatie en bijsturing om de kosten en de impact op de timing van de werken te beperken.



    Untitled Document