Untitled Document Untitled Document

Home > Nieuws > Architecten > Staten-Generaal 2016

Untitled Document
  •   

    Staten-Generaal 2016



  • 19/10/2016


    Op vrijdag 2 september werd in de kantoren van de Orde van Architecten – Vlaamse Raad de derde Staten-Generaal georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst die plaatsvindt halverwege de mandaatsperiode (2015-2017) blikken mandatarissen, personeelsleden en juridische assessoren samen terug op het verleden en vooruit naar de toekomst.

    Bij de Staten-Generaal wordt elke beleidscommissie, kamer of werkgroep uitgenodigd om uitleg te verschaffen over de verwezenlijkingen en om de doelstellingen voor de toekomst uit de doeken te doen. Tevens kunnen er ook een aantal vraagstukken ter stemming worden voorgelegd aan de aanwezige mandatarissen. Het resultaat van die stemmingen is niet bindend, maar geeft het standpunt neer dat de Orde inneemt met betrekking tot bepaalde materies.

    In zijn welkomstwoord onderlijnde voorzitter Marnik Dehaen de vooruitgang die werd geboekt ten opzichte van 2013, het jaar waarin de vorige Staten-Generaal plaatsvond. Met name op vlak van permanente vorming, tucht, hervorming van de stage, de digitalisering en het statuut van de architect werden er belangrijke stappen vooruit gezet. De hervorming van de Orde, een correct ereloon voor elke architect en een herdefinitie van de taak van de architect (met name de aanpassing van de wet van 1939), worden de 3 centrale thema’s voor de toekomst, aldus de voorzitter.

    De beleidscommissies

    De beleidscommissie Toegang Beroep beet de spits af en bracht twee items ter stemming mee. “Kan en mag de functie van architect in bijberoep blijven voortbestaan,” was de eerste vraag die op tafel werd gelegd. Iets meer dan 4/5 van de stemgerechtigden stemde hierop “neen”, een overduidelijk signaal dat de Orde gekant is tegen het werken als architect in bijberoep. Concurrentievervalsing door het werken aan dumpingprijzen en een onduidelijke regelgeving worden opgegeven als voornaamste redenen. Het voorstel tot wegnemen van een restrictie binnen het reglement van beroepsplichten (art. 10.4), dat aangebracht werd als tweede item ter stemming, werd door 75% van de stemgerechtigden goedgekeurd.

    De beleidscommissie Onderzoek en Deontologie belichtte het hoe en waarom van het opvragen van architectenovereenkomsten. Aansluitend werd de “Leidraad voor de procedure i.v.m. het onderzoek en behandeling van inbreuken op de deontologie van architecten” voorgesteld. Die moet zorgen voor meer uniformiteit bij de afhandeling van tuchtprocedures.

    De hervorming van de stage en het platform voor permanente vorming zijn twee thema’s waarvan het traject nog lopende is, ook op het politieke toneel. Vandaag is permanente vorming nog niet verplicht – de plannen hiervoor liggen nog op tafel – maar volgens de beleidscommissie Stage en Vorming dient deze wel gestimuleerd te worden. Ook het aanbod aan vormingen zou moeten worden uitgebreid, met daarbij bijzondere aandacht voor stagiairs.

    Komt er een herziening van de berekeningswijze van de bijdragen? En zo ja: hoe zal die er dan gaan uitzien? Over dit vraagstuk buigt zich de werkgroep Gemoduleerde Bijdragen. Het is echter te vroeg om hierover reeds uitspraken te doen.

    Wanneer spreken we van opvolging, in welke vorm moet dit gebeuren en hoe kunnen we dit vlotter en efficiënter laten verlopen? Dit zijn onderwerpen waar de beleidscommissie Opvolging zich over buigt. Onduidelijke spelregels, ‘onwillige’ architecten, lakse en onwillige gemeentebesturen en het bijna systematisch seponeren van klachten vormen de voornaamste bedreiging voor een vlotte opvolging. Op de aansluitende vraag “Vindt u dat de taak van de architect meer gedetailleerd in de wet dient omschreven te worden?”, werd bijna unaniem “ja” gestemd (95%).

    Wet van 1939

    Moet de taak van de architect beperkt blijven tot vergunningsplichtige werken? En wat houdt die beperking dan concreet in? Kan/moet de betrokkenheid van de architect verder gaan dan wat vergunningsplichtig is? De wetgeving hieromtrent is vaag en er is teveel ruimte voor interpretatie, de Orde pleit dan ook voor een duidelijkere wetgeving rond de verplichte controle, zowel op Vlaams als op federaal niveau. Ook het criterium stabiliteit als beslissende factor om te bepalen of de medewerking van een architect al dan niet verplicht is, zou moeten worden herbekeken. Een herdefinitie van de taakomschrijving van de architect en een grondige aanpassing van de wet van 1939 is voor de Orde van Architecten van primordiaal belang. Bij monde van adviseur Tom Dalemans liet minister Borsus al verstaan dat dit item ook hoog op de politieke agenda staat en dat het kabinet hier reeds werk van maakt.

    Erelonen, wedstrijden en overheidsopdrachten

    De werkgroep Wedstrijden en Overheidsopdrachten benadrukte het belang van de studie “nacalculatie van de architectenopdracht” die op initiatief van de Orde van Architecten door de KU Leuven werd uitgevoerd en op een wetenschappelijke manier de workload van de architect in kaart bracht. De studie kan via de website van de Orde worden gedownload. Tevens is er een brochure met 4 tabellen die de relatie weergeven tussen gepresteerde uren, het aantal m2 en het bouwbudget. De werkgroep bracht dit jaar ook een bezoek aan het Nederlandse Architectuur Lokaal: een onafhankelijke organisatie die in 1993 werd opgestart en opdrachtgevers ondersteunt bij het uitschrijven van architectuuropdrachten. Ze beheren ook een databank met alle architectuuropdrachten. Zelf zetelen ze nooit in jury’s. Hun voorstel is om bij architectuuropdrachten steeds via een tweetrapssysteem te werken.

    De Kamers

    Bjarke Ingels werd in 2015 uitgeroepen als een van de 100 meest invloedrijke personen, en dat als architect. Hij is de belichaming van een nieuwe architectuur. Zijn verhaal is illustrerend voor het essentiële belang van communicatie binnen de Orde van Architecten. Volgens de Kamer communicatie ontbreekt het de Orde aan een duidelijk omschreven missie en daarop geënte visie. Beslissingen zouden te vaak ad hoc gebeuren. De kamer pleit daarom voor de inrichting van een werkgroep missie/visie. Deze moet een duidelijk kader scheppen, waarbinnen activiteiten en handelingen kunnen plaatsvinden. Om gewapend te zijn voor de toekomst, wil de kamer werk maken van de ontwikkeling van een mobiele app. Andere punten die de kamer gerealiseerd zou willen zien: het optrekken van de deelnemersvergoeding bij de wedstrijd Jonge architecten aan zet - een must gezien de voorbeeldfunctie van de Orde, de organisatie van een ‘Ronde van Vlaanderen’ waarbij de Orde naar de consument toekomt, een dag voor mandatarissen en een infodag voor het personeel. De vraag om in de komende jaren extra budget te voorzien voor de kamer communicatie werd voorgelegd ter stemming en kreeg bijna 75% ja-stemmers.

    Tom Dalemans – kabinet Willy Borsus

    De Staten-Generaal werd vereerd met de komst van Tom Dalemans, sinds 2004 adviseur van huidig minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s Willy Borsus. Hij gaf tekst en uitleg bij het huidige beleid en de doelstellingen van het kabinet Borsus.

    Dat kabinet heeft een KMO-plan opgemaakt met aandacht voor de vrije beroepers. Elk bevoegd minister onderzoekt hoe en waar het regelgevend kader kan worden gemoderniseerd, er zullen ook pistes worden onderzocht om de beroepsgroepen verder te professionaliseren. Het is in dit verband dat de minister de wetgeving met betrekking tot de Orde van Architecten wil analyseren. De Orde wordt hierbij gevraagd om input te leveren.

    Het kabinet deed reeds een voorstel tot wijziging van de deontologische code, iets waar bij de Orde ook al initiatieven voor werden genomen. Daarnaast had de minister ook de intentie om de permanente vorming verplicht maken. Jammer genoeg stootte het op verzet - iedereen is zich ervan bewust dat architecten zich permanent moeten vormen, maar een deontologische verplichting werd niet door iedereen gedragen – waardoor het onderwerp thans naar de achtergrond is verdrongen.

    In 2013 werd de wet op de vastgoedmakelaars aangepast. Voor de architecten betekent dit dat ze onder bepaalde voorwaarden ook als vastgoedmakelaar kunnen optreden. Tom Dalemans is verheugd met het nieuws dat de Orde vastgoedactiviteiten mee zal opnemen in haar deontologie. Deze zogeheten architectenafwijking zal verder door het kabinet worden geanalyseerd.

    Naast de wet van 1939, onderwerpt het kabinet Borsus ook de wet van 1963 aan een analyse. Na 12 jaar gesprekken en voorstellen lijkt ook de hervorming van de Orde van architecten in een definitieve fase te komen. Vorig jaar gaf minister Borsus het hervormingsverhaal een nieuwe impuls en ondanks de tegengestelde visies en belangen - Nederlandstaligen versus Franstaligen, Orde van Architecten versus beroepsfederaties - verliepen de gesprekken verrassend constructief. Wat betreft het federale luik kwam men zelfs tot een unaniem akkoord. Op dit moment werkt men aan de aanpassing van de bevoegdheden van de Orde.

    De adviseur verklaarde verheugd te zijn dat de Vlaamse Raad proactief werkt aan de hervorming van de provinciale werking. Hij voegde eraan toe dat er in de nieuwe wetgeving langs beide taalvleugels ruimte zal worden gelaten om de provinciale structuur vrij in te vullen. Het kabinet heeft er vertrouwen in dat aan Nederlandstalige en Franstalige zijde de nodige toegevingen zullen worden gedaan en rekent op de goedkeuring van de Vlaamse Raad wanneer het voorstel op tafel zou komen te liggen. Streefdoel is om tegen eind 2016 het hervormingsdossier af te kunnen ronden.

    In zijn slotwoord benadrukte Marnik Dehaen de behoefte aan een goede hervorming en de noodzaak voor alle partijen om naar elkaar te blijven luisteren. Alleen zo stappen we verder in de goede richting.

    Untitled Document