Untitled Document Untitled Document

Home > Nieuws > Architecten > Flexibele regels moeten spanningen tussen mede-eigenaars voorkomen

Untitled Document
  •   

    Flexibele regels moeten spanningen tussen mede-eigenaars voorkomen



  • 08/03/2017




    Eén mede-eigenaar zal in de toekomst niet langer de afbraak of volledige heropbouw van een appartementsgebouw kunnen tegenhouden, indien die nodig is voor de veiligheid of hygiëne, of wanneer de kosten van de renovatie buitensporig zouden oplopen. Dat staat in een voorstel met een lijst aanbevelingen die een werkgroep heeft uitgedokterd om de wet op het mede-eigendom aan te passen.

    De werkgroep kwam tot stand op voorzet van minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Behalve twee professoren maakten ook vertegenwoordigers van alle belanghebbende actoren er deel van uit, zoals de notarissen, vastgoedmakelaars, eigenaarsverenigingen, enzovoort. Het gaat om voorstellen die nog langs de regeringstafel moeten passeren. De minister hoopt alvast nog dit jaar het parle mentair werk af te ronden.

    Nogal wat mensen kunnen op de een of andere manier betrokken raken bij de geplande hervorming. Ons land telt immers meer dan 182.000 appartementen. Eén op vier gezinnen woont in een appartement. Bovendien is twee derde van de gebouwen al de leeftijd van 35 jaar gepasseerd. De vergrijzing van de appartementsgebouwen is met andere woorden ingezet.

    Een belangrijke doelstelling is een flexibilisering doorvoeren in het soms rigide systeem, dat vandaag tot blokkeringen kan leiden, legt professor Vincent Sagaert (KU Leuven) uit. Een voorstel houdt daarom een versoepeling in van de meerderheid binnen de algemene vergadering van mede-eigenaars. Zo is voor belangrijke werken in de gemeenschappelijke delen - die buiten de wettelijke verplichting vallen - momenteel een drievierdemeerderheid nodig. De werkgroep wil dat terugschroeven tot twee derde van de eigenaars.

    Onder strikte omstandigheden wil de werkgroep ook afstappen van de eenparigheidsregel die nodig is voor de totale heropbouw van een gebouw. Wanneer die werken nodig zijn voor de veiligheid of hygiëne, of wanneer kosten van renovatie "buitensporig en onverantwoord" zouden zijn, zou een akkoord van vier vijfde van de mede-eigenaars volstaan. Een vetorecht vervalt dus, maar de vrederechter zou in dat geval de vergoeding bepalen die de betrokken mede-eigenaar zou krijgen om afstand te doen van zijn appartement. Het is ook de vrederechter die zou bepalen wat een buitensporige kost zou betekenen. Beslissingen waarvoor unanimiteit nodig is blokkeren door afwezig te blijven, moet ook tot het verleden horen.

    Om een situatie op te lossen waarbij mede-eigenaars met getrokken messen tegenover mekaar staan, stelt de werkgroep voor dat de vrederechter een voorlopig bewindvoerder aan zou kunnen duiden. Dat zou gelden in strikte gevallen en enkel om een geblokkeerde toestand op te lossen. De voorlopige bewindvoerder kan ingrijpende maatregelen nemen en kan zich in de plaats van de algemene vergadering stellen.

    Om "spanningen" te voorkomen, pleit de werkgroep er voor te zorgen dat de regelgeving voldoende bekend is, legt professor Pascale Lecocq (ULg) uit. Het moet ook de verhuurder zijn die een huurder op de hoogte brengt van alle beslissingen en niet langer de syndicus. Zijn taken worden ook preciezer omschreven, alsook de vergoedingen die daar tegenover staan.

    Lecocq breekt ook een lans voor een verplichte bijdrage in het reservefonds. Dat moet voorkomen dat mede-eigenaars bij een grote investering plots een groot bedrag moeten ophoesten. Onder het motto "de gebruiker betaalt" stelt de werkgroep voor dat mede-eigenaars die voor bepaalde gemeenschappelijke delen de kosten dragen, in principe als enige beslissen. Concreet zal iemand die op de gelijkvloers woont en niet bijdraagt in de kosten voor het onderhoud van de lift, niet mee beslissen wanneer de lift aan vernieuwing toe is, geeft haar collega Sagaert als voorbeeld.

    Bron: Belga

    Untitled Document